Over Hans Bosman
Hans Bosman werd geboren op 6 juni 1958 te Deventer. Als zoon van een broodbezorger groeide hij op in een arbeidersmilieu. Zijn leeftijdsgenootjes speelden op straat, terwijl Bosman thuis aan de eettafel zat te tekenen.
Op school had Bosman geen interesse in de meer generieke vakken, hij paste niet in het schoolsysteem van zijn tijd, waartegen hij zich hevig verzette. Hij zwierf van school tot school, om uiteindelijk op de LTS terecht te komen als huisschilder in opleiding. Een oplettende docent, die zijn liefde en talent voor het teken op waarde kon schatten, stelde hem voor om toelatingsexamen te doen voor de kunstacademie (AKI) te Enschede. Ondanks het feit dat Bosman niet de juiste vooropleiding genoot, werd hij direct toegelaten. Zijn ouders lieten hem schoorvoetend gaan, zij hechtten eerder geloof aan het leren van een zogenaamd ‘vak’ en waren het kunstenaarschap vreemd. Op de academie kon hij zijn tekentalent volop benutten en naar een hoger niveau brengen. Na de academie werd hij uitgenodigd voor de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam, die hij 2 jaar later afrondde.
De tijd na de academie was, zoals voor vele beginnende kunstenaars, een periode van vallen en opstaan. Door zijn strikte werkdiscipline en doorzettingsvermogen om zich te blijven ontwikkelen, begon hij langzaam maar zeker op te vallen bij het kunstminnende publiek. Mede daardoor kon hij zijn bijbaan als creatief begeleider in de verslavingszorg opzeggen en van de kunst gaan leven.
“Kunstenaar zijn is mijn leven. Goede kunstenaars zijn gedisciplineerd en werken hard.”
Na in veel verschillende tentoonstellingen van galerieën en expositieruimtes met zijn kunst te zijn vertegenwoordigd, werd Bosman ‘ontdekt’ door galerie Smelik & Stokking Galleries die hem van 2005 tot 2008 vertegenwoordigden. Tot zijn dood bleef Bosman andere kunstenaars inspireren en aanzetten tot een gedreven werkdiscipline. Bosmans leven eindigde te vroeg. Hij stierf na hartfalen in Diepenveen, terugfietsend van een expositie van zijn werk te Zwolle. Hij liet tientallen schilderijen en werk op papier achter. Na zijn overlijden werden er nog twee schilderijen nat op de ezel aangetroffen in zijn atelier. Hans Bosman werd 54 jaar oud.
Het werk
Op een enkele hond of vogel na, schilderde Bosman mensen. De mens, zoals de mens zich soms laat zien. Stil, zoals de stilte voor het moment dat er iets groots staat te gebeuren. Zijn inspiratie kwam niet zelden uit de oude portretfotografie, waarin mensen lang verstild moesten wachten totdat de foto gemaakt kon worden. Het zijn echter geen daadwerkelijke portretten zoals wij die kennen van de portretschilderkunst. Bosman schilderde namelijk weinig ‘bestaande’ mensen, de daadwerkelijke personen achter zijn schilderijen deden er niet toe. Het ging Bosman er vooral om het geschilderde voor zichzelf te laten spreken en dat de kijker, in relatie tot het doek, diens eigen verhaal tot stand laat komen met de gevoelens en associaties die onvermijdelijk worden opgeroepen.
Soms liet hij zich inspireren door een herkenbaar thema, zoals dat van de bokser, die in veel van zijn werk voorkomt in een mengeling van stoerheid en kwetsbaarheid. Ook keek hij zorgvuldig naar oude meesters, waarvan Diego Velazquez een van zijn favorieten was. Met name de uitbundige kostuums, kapsels en gezichtsuitdrukkingen van de doorgaans jonge vrouwen op zijn schilderijen herinneren aan de Spaanse grootmeester. Al zijn de schilderijen van Bosman doorgaans juist heel licht en kleurrijk met vervagende vormen en een onbestemde achtergrond in tegenstelling tot het donkere en gedetailleerde werk van Velazquez.
Op het blanco doek begon Bosman bij de ogen, vanuit daar schilderde hij het gelaat en de rest van het lichaam. Hij speelde met de positie van de ogen waarmee, door de onderlinge afstand, de toon van de gezichtsuitdrukking kon worden afgesteld. Dromerig, zelfbewust, of een vleugje mystiek. De ogen dienen als inleiding tot wat de geschilderde mens worden kon.
“Mijn hoofden zijn vaak iets te groot en toch zijn het realistische portretten. Ik wil niet vervreemden, het moet kloppen en ik weet wanneer het klopt.”
De blik, de situatie en de houding van de mensen die hij schilderde werden door Bosman in het gareel gebracht door het gebruik van de vele kleurentinten die in samenhang de voorstelling bij elkaar laten komen. Hierdoor ligt dikwijls niet de focus ‘alleen’ bij de gezichtsuitdrukking en de lichaamshouding, maar ook, en juist, bij het materiaal. De dik aangebrachte verf, door penseel, platte kwast, of omhooggestoken duim, komt soms letterlijk van het doek naar voren. Daarmee doorbrak hij de vaak subtiele, soms eentonige, overgangen van bijvoorbeeld huidskleur naar schaduw en voegde hij een extra laag aan het schilderij toe, zowel in letterlijke zin als in wat het beeld bij de kijker oproept. Ook gebruikte hij soms andere materialen om reliëfs en patronen aan te brengen op zijn werk, bijvoorbeeld door een kantpatroon van een (plastic) tafelkleed in de natte verf te drukken.
“De blik is het belangrijkst, die liggen in alle werken dicht bij elkaar. Misschien is het wel mijn blik op de wereld en zijn het eigenlijk allemaal zelfportretten.”
Wat Bosman schilderde, was meer dan alleen zijn eigen perceptie van de met kwast en verf gemaakte mensbeeltenis. Het is de toeschouwer, die door zijn eigen bril, gestuurd
door zijn eigen denkbeelden, telkens weer een mens ziet in diens veranderlijke hoedanigheid, op een en hetzelfde doek.
Nalatenschap & missie
Hans Bosman liet zijn oeuvre na aan zijn twee kinderen Bram en Marijke Bosman. Na een moeilijk periode van rouw werd het toch al snel duidelijk dat zijn werk niet in populariteit had ingeboet. Zo begonnen Bram, Marijke en Bosmans partner, kunstenaar Loes Enklaar aan de lange zoektocht naar de beste manier om zijn oeuvre een plek te geven na zijn dood.
“Ik verloor mijn vader te vroeg. Ik was nog maar 21. Ik heb in de jaren voorafgaand aan zijn dood 4 jaar gewerkt als atelierhulp voor mijn vader. Ik maakte zijn kwasten schoon en veegde de vloer aan, die bezaaid lag met aangekoekte verfbrokken en sigarettenpeuken. Het was in die periode dat mijn vader mij langzaam mee nam in zijn werkproces en naar mijn mening begon te vragen over de onafgemaakte doeken in zijn atelier. Het was een korte, haast versnelde ‘cursus’, zoals ik er nu op terug kijk. Door het verlies, ontstond er de missie om door te gaan, ondanks het beklemmende gevoel dat ik zo veel meer van hem had moeten leren...” Bram Bosman
Om te beginnen moet kunst gezien blijven worden, dat werd het uitgangspunt. De nog bij leve ingeplande expositie van Bosman bij de voormalige galerie Lisplein 5 in Rotterdam, was de eerste tentoonstelling na zijn dood. Na een overzichtstentoonstelling in het Kunstenlab (Deventer) en enkele andere tentoonstellingen die daarop volgde, ontstond het idee om zelf te exposeren. Onder de naam Galerie Bosman, werkte Bram een aantal jaren om een eigen galerie op poten te zetten waar ook andere kunstenaars een podium konden krijgen.
Dit resulteerde in twee ‘pop-up’ galerieën in historische panden in de historische binnenstad van Deventer. Naast het werk van Bosman, werden in groepstentoonstellingen ook werken van kunstenaars zoals Enklaar, Fikret Devedzic, van Astrid van Loo, Lies Kortenhorst, Peter Hekkert, Floor Coolsma, Heleen Simons en Wessel Huisman tentoongesteld. Toen Loes Enklaar in 2017 plotseling overleed en daarna de COVID pandemie uitbrak, moest Galerie Bosman het idee van een eigen, fysieke, galerie laten varen.
De missie is altijd hetzelfde gebleven, Bram en Marijke blijven manieren zoeken om het werk van Bosman zichtbaar te maken. Of het nu in een galerie of een museum tentoon wordt gesteld, het werk van Hans Bosman verdient het gezien te blijven worden.
Tekst geschreven door Bram Bosman