Kunstschilder Paul Jansen (1960) begon zijn artistieke carriere als fotograaf, en een zekere invloed van de fotografie is vandaag de dag nog terug te zien in zijn schilderijen. Vooral de eigenzinnige composities en kaders die de koeienportretten van Jansen karakteriseren, zijn hiervan een goed voorbeeld. De koe is sinds enkele jaren een van de belangrijkste thema's in het werk van Paul Jansen. De kunstenaar is vooral gefascineerd door de wonderlijke en soms absurde vormen van dit dier, en het lichamelijke en het pretentieloze "zijn" dat het uitstraalt. Vanuit opvallende hoeken legt Jansen de koe vast; vaak portretteert hij het dier alsof het in de lens van een camera kijkt. Sommige koeienportretten doen haast abstract aan door de kleur en de vlakheid die Jansen aan de restvormen geeft, en de kop van de koe wordt vaak zo in het vlak geplaatst dat deze restvorm zo interessant mogelijk wordt. Ook in zijn schildrijen met bladeren van het groothoefblad krijgt de compositie bijzondere aandacht. Jansen bouwt zijn olieverfschilderijen op in dunne lagen en met een ingehouden kleurenpalet. De kunstenaar zet de achter- en ondergrond van het schilderij schematisch en transparant op, om de essentie vervolgens steeds dikker over te schilderen. Jansen streeft ernaar om met zo min mogelijk middelen een optimale zeggingskracht te bereiken. Opleiding: Academie Minerva, Groningen









































































