De schilderijen van Ton Bouchier (1950) hebben een vreemd en ondoorgrondelijk karakter. Er zijn mensen op aanwezig, meestal mannen. Ze staan voor een muur of zitten aan een tafel. Ze wachten ergens op, denken over iets na of kijken ergens naar. Ze lijken, soms met een zekere weemoed, te berusten in de dagelijkse, weinig verheffende realiteit van het bestaan. Bouchier schildert de robuuste vormen van de figuren tegen een achtergrond van enkele kleurvlakken. Door de schetsmatige begrenzing en de fraaie nuancering van de kleuren werkt deze verdeling van het oppervlak nergens statisch. Soms worden de kleurvelden verlevendigd door stempelachtige, decoratieve patronen. De schilder brengt de verf op met een paletmes in meerdere lagen. Hier en daar krast hij contourlijnen in. Hij toont zich in zijn schilderijen een uitgesproken colorist. De keuze van de kleuren en de directe, ongepolijste techniek versterken het monumentale karakter van de figuren. Bouchier werkte aanvankelijk in een fotorealistische stijl. Deze stijl kon onvoldoende uitdrukking geven aan zijn persoonlijke belevingswereld. De meer expressionistische werkwijze van zijn huidige werk geeft hem die mogelijkheid wel. Een mogelijkheid die hij ten volle benut.










































































